Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 6 februari 2018

Beleid Inkomensondersteuning Gemeente Asten 2018

In de vergadering van 30 januari heeft de raad gedebatteerd over een herijking van het Beleid Inkomensondersteuning uit 2008.

Te veel mensen leven in armoede en vooral op de kinderen heeft dat invloed.  Uit onderzoek blijkt dat kinderen in armoede:

  • Meer gezondheidsproblemen hebben
  • Vaker probleemgedrag vertonen
  • Psychosociaal achter blijven in hun ontwikkeling
  • Ouders hebben die dubbel zo vaak opvoedproblemen hebben dan anderen

Om te bepalen waar ondersteund moet worden is veel onderzoek gedaan. Bijvoorbeeld uit de analyse van het Nibud blijkt dat mensen die maandelijks tot 120% van het minimum binnenkrijgen, de basisbehoeften kunnen bekostigen, maar dat alles daar bovenop een probleem is. Sporten, een cadeautje kopen, op schoolreisje gaan; dat soort uitgaven zitten er niet in. Juist die dingen waar de ‘meedoen gelden’ over gaan.

In Asten is veel informatie opgehaald bij verschillende organisaties, bij ervaringsdeskundigen en ook de commissie Burgers heeft input geleverd middels ‘wensen en bedenkingen”.

Uit deze informatie zijn onder andere de volgende adviezen duidelijk naar voren gekomen voor een nieuw beleid:
– ophogen van de inkomensgrens naar 120%;
– uitwerken van extra regelingen voor kinderen en ouderen;
– vereenvoudigen van de uitvoering en toegankelijkheid;
– vergroten/stimuleren van het gebruik van de regelingen;
– intensiveren van de samenwerking met lokale partners;
– vergroten van de bekendheid van de regelingen, zowel onder burgers als onder professionals.

Veel lof over het ophalen van zoveel informatie en advies. Alleen wordt vervolgens een aantal belangrijke adviezen genegeerd. Het raadsvoorstel gaat bijvoorbeeld voorbij aan de onderzoekgegevens van het Nibud. Ondanks het advies van partners en ervaringsdeskundigen om de grens naar 120% te brengen blijft de grens voor inkomensondersteuning in dit voorstel de grens uit 2008, nl. 110% van het minimuminkomen.

Met het verhogen van de inkomensgrens van 110% naar 120% van het sociaal minimum bereiken wij 330 meer gezinnen en 190 extra kinderen.

Het college geeft 2 redenen waarom zij deze 330 extra gezinnen niet de helpende hand willen toe te steken.

1. Als de inkomensgrens wordt opgetrokken naar 120%, wordt het verschil met het minimumloon kleiner. Dit heeft mogelijk een negatief effect op de stimulans om te gaan werken.
2. De extra kosten staan niet in de begroting.

De reden dat deze aanpassing de stimulans om te gaan werken zou verminderen gaat niet op voor de groep gepensioneerden waar wij extra ondersteuning voor vragen. En het gaat ook niet op voor de rest. Het CBS geeft nl. aan dat ruim 40% van mensen die in armoede leven al in loondienst of als ZZP-er werken. Dus, welke stimulans? Zij werken al.
De tweede reden om deze 190 kinderen niet in aanmerking te laten komen voor extra hulp is dat de kosten voor deze ondersteuning niet in onze begroting staat. Door het Rijk is voldoende geld ter beschikking gesteld om armoedebeleid en inkomensondersteuning te financieren. Speciaal t.b.v. de meest kwetsbaren van onze samenleving.

Een belangrijk voorbeeld zijn de zg. Klijnsma-gelden, specifiek voor ‘meedoen-faciliteiten’ voor de jeugd. Zodat ze op schoolreisje kunnen, boeken of schoolbenodigdheden kunnen kopen, een fiets om naar school te gaan enzovoort. Een bedrag van €59.000. Uit te keren in natura, zodat het niet aan iets anders kan worden besteed.

Dus waarom zijn de kosten niet opgenomen in de begroting? Omdat dit college geld dat wij ontvangen voor armoedebestrijding afroomt om gaten in de begroting dichten.

Voor de dekking heeft het Rijk gezorgd. Dat van de minimagelden in de begroting, niet door onze fractie gesteund, €41.000 euro is afgeroomd, daar kun je de meest kwetsbaren niet de dupe van laten zijn.

Onze fractie heeft, samen met de PGA, een amendement ingediend om de inkomensgrens t.b.v. inkomensondersteunende maatregelen met name gericht op ouderen en kinderen op te trekken naar 120% van het sociaal minimum. Dit amendement heeft het niet gehaald.

Thema

Zorg voor Elkaar

De WMO heeft de intentie om iedereen zo lang mogelijk thuis te laten wonen en te laten participeren.
In het beleid voor de WMO is een grote plaats weggelegd voor de burger zelf. In de praktijk is dit uitgemond in een grote bezuiniging op zorgkosten. Dit legt niet alleen een grote druk op de zorgvrager, maar ook op de mantelzorger.
Wat D66 Hart voor Asten betreft zijn er twee grote aandachtspunten bij de WMO:

1. Gemeentelijk geld is gemeenschapsgeld. Geld dat bedoeld is voor zorg moet ten goede komen aan de burgers; bureaucratie moet zoveel als mogelijk worden vermeden.
2. Besteding van de middelen moet transparant zijn.

Lees meer