Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 28 mei 2019

Geen bedrijventerrein ten koste van landschap in de Peel

De zes Peelgemeenten willen nog voor de zomer tot gezamenlijke afspraken komen over ‘’Bedrijventerreinen in de sub-regio de Peel’.

De Astense raadsleden Tiny van den Eijnden (D66-Hart voor Asten) en Sandu Niessen (PGA) zijn beiden zeer betrokken bij dit onderwerp en hebben gezamelijk een duidelijke mening geformuleerd.

Hierbij hun opinie zoals gepubliceerd het Peelbelang van 23 mei, 2019.  Het stuk is ook gepubliceerd in het ED van 28 mei, 2019.

De bedrijventerreinen in de zes gemeenten zijn te verdelen in twee soorten: lokale terreinen waar doorgaans bedrijven met een grootte tot een halve hectare (ongeveer een voetbalveld) zijn gehuisvest en het regionaal terrein in Helmond waar bedrijven groter dan een halve hectare zich kunnen vestigen. Grote bedrijven kunnen doorstromen naar regionale terreinen om lokaal weer ruimte te creëren. Die afspraken gaan vooral over een nieuw regionaal bedrijventerrein.

Om te komen tot gezamenlijke afspraken “Bedrijventerreinen in de sub-regio de Peel” moeten we beginnen met het juiste uitgangspunt: ontwikkelen waar het kan en beschermen waar het moet.

Bodemarchief
Zoeken naar nieuwe bedrijventerreinen is een ingewikkelde zaak: voor elke locatie zijn er bezwaren. Bedrijven en gemeenten hebben een sterke voorkeur voor locaties, die goed in het zicht liggen en goed bereikbaar zijn. Tot de favorieten behoren de locaties tussen Helmond en de A67 aan beide zijden van de Zuid-Willemsvaart. Locaties met beekdalen, oude wegen en bolle akkers. Locaties waar buurtschappen als Lungendonk, Stipdonk en Diesdonk liggen. Het achtervoegsel –donk verwijst naar een hoge zandrug langs een beekdal en verwijst daarmee ook naar de eerste bewoners van de gebieden. Stromend water was essentieel en de hoge zandruggen zorgden voor droge gronden waar boerderijen stonden en akkers lagen. In de bovengenoemde gebieden is die hele historie nog te zien: de beekdalen, de bolle akkers en de wegen naar de beken. Als op die plekken een industrieterrein wordt aangelegd, gaat dat kwalitatief hoogwaardig landschap voorgoed verloren.

Bedrijventerreinen
Zoeken naar nieuwe industrieterreinen dient te gebeuren vanuit de vraag wat nodig is.

Staan we bedrijven toe met een groot ruimtebeslag en weinig arbeidsplaatsen? Welke bestaande bedrijventerreinen kunnen we nieuw leven inblazen? Ook het huidige arbeidstekort en de huisvestigingsproblemen van arbeidsmigranten zijn belangrijk om in de afweging mee te nemen. Het is goed om die opgaven gezamenlijk in Peelverband op te pakken.

De gemeente Helmond neemt als uitgangspunt infrastructuur. Wij zijn van mening dat het anders moet. Het landschap dient de basis te zijn voor keuzes voor nieuwe ontwikkelingen. Dit is ook vastgelegd in de “Ruimtelijke Agenda De Peel” die als ondertitel heeft “een gezamenlijke ruimtelijke agenda met het landschap als basis”. Het startpunt van de gemeente Helmond is dus tegenstrijdig met die Ruimtelijke agenda, die bijna unaniem is aangenomen in de verschillende gemeenteraden.

Ontwikkel vanuit het landschap
Door een zorgvuldig ruimtegebruik, gebruik makend van wat er al is en bescherming van kwalitatief hoogwaardig landschap versterken wij niet alleen onze Peelidentiteit, maar voorkomen we ook dat we als regio ruimtelijk veranderen in een eenheidsworst.

Als wij met deze ruimtelijke bril op de kaart kijken naar de Peel dan zien wij dat er voldoende ruimte is tussen Deurne en Venray. Daar dient men eerst naar te kijken. Het feit dat dit gebied niet aan een snelweg ligt hoeft geen beperking te zijn. Voor Helmond zien wij nog twee interessante gebieden waar eventueel nog een bedrijventerrein ontwikkeld kan worden.

Het eerste gebied is Varenschut tussen de twee kanalen in aan de Rochadeweg. Het is een drassig gebied met veel rafelranden waardoor de ruimte daar erg onderbenut is. Een kans voor Helmond, om de rafelranden op te lossen en er een mooie voorkant van het bedrijventerrein (en de stad) van te maken. Ook is daar glastuinbouw, die naar onze mening logischer is op andere plekken in de regio. De vrijkomende ruimte kan meer hectaren opleveren voor dit gebied.

Mocht dit gebied te weinig voorzien in de behoefte, dan is er nog een mogelijkheid aan de andere kant van het kanaal. Wij zien de mogelijkheid tot het ontwikkelen van Lungendonk ten noorden van de Rochadeweg. Als men de Rochadeweg zou doortrekken naar Brandevoort (is een oud plan), dan komt er binnen die nieuwe ring een gebied beschikbaar dat stedenbouwkundig veel mogelijkheden biedt op het gebied van groen bij Het Goor (als groene hart) en voor regionale bedrijvigheid op Lungendonk.

Daarna is daar de beschikbare ruimte op. Maak je een keuze meer zuidelijk richting de A67 dan stuit je op een hoogwaardig kwalitatief landelijk gebied. Een gebied waarmee we ons juist als regio onderscheiden. Het groene oude landbouwgebied met bossen ten noorden van Lierop met de gehuchten Hersel, Eindje en Stipdonk en op Astens grondgebied Bussel, de Diesdonk, Oostappen, het Aadal en beekdal van de Astense Aa. De Diesdonk en de Oostappense bossen hebben de status van aardkundig waardevol en de Diesdonk en het beekdal van de Aa en Astense Aa hebben een waterbergingsfunctie.

Wat willen wij de automobilisten op de A67 in de toekomst laten zien: een industrieterrein zoals er dertien in een dozijn voorkomen óf een aantrekkelijk landschap, dat deel uitmaakt van onze collectieve regionale identiteit en dat een belangrijke bijdrage levert aan de recreatieve uitstraling van onze regio?

Tiny van den Eijnden, D66-Hart voor Asten en Sandu Niessen, PGA,  raadsleden van de gemeente Asten.